Pepijn van Landen en Gertrudis van Nijvel
Na de dood van de Frankische koning Clovis in 511 werd zijn koninkrijk verdeeld onder zijn vier zonen. Maar in 613 wordt Chlotharius II, met de hulp van de Austrasische hofmeier Pepijn van Landen en de Frankische edelman Arnulf van Metz, weer alleenheerser over het Merovingische rijk. Pepijn en Arnulf zijn er echter in geslaagd de feitelijke macht in handen van de aristocratie te leggen. Zo begon de periode van de “Vadsige of Luie koningen”: de Merovingische koningen die alleen in naam regeerden terwijl de hofmeiers de feitelijke macht uitoefenden.
Onze streken (Gooik, Lennik en Wambeek) behoorden aan Pepijn Van Landen. Hij was gehuwd met Ida van Nijvel. Ze hadden vier kinderen, waaronder een dochter Gertrudis of Geertrui. In 640 stichtte Ida, die inmiddels weduwe geworden was, de abdij van Nijvel, waar Gertrudis intrad en op 20-jarige leeftijd abdis werd.
Ida en Gertrudis schonken Gooik, Lennik en Wambeek aan de abdij. In 877 wordt het blok Wambeek vermeld als een goed toebehorend aan het Convent of de kloostergemeenschap van Nijvel. Het maakte toen een blok uit van 2191 bunder (1 bunder is 1 ha. 34 a. 37 ca).
Wambeccha cum appenditio Nath
Reeds in 1112 wordt er binnen het oude Wambeek een tweede bewoningskern vermeld, die de naam „Nath" droeg. Vanuit de parochiale kerk van Wambeek worden er ook in Nath erediensten verzekerd: "altare de Wambeccha cum appenditio Nath" staat in een akte van bisschop Odo van Kamerijk. Het duurt tot in 1243 vooraleer in het dorp Nath een zelfstandige parochie komt onder de hoede van O.-L.-Vrouw (pas in 1500 wordt Sint-Gertrudis de patroonheilige). Even later groeide een derde nederzetting aan de Lombeek. Zoals de meeste parochies die bij het einde van 12de-, begin l3de eeuw ontstonden, werd de H. Katharina als patrones aangenomen, zodat de benaming St.-Katharina Lombeek ontstond.
Bij het begin van de 13de eeuw drongen de Heren van Wezemaal het oude domein Wambeek binnen, hierin gesteund door de hertog van Brabant, die de toenemende macht van de abdij van Nijvel met lede ogen aanzag. Zij zullen er later de Kruikenburcht bouwen.
Op het einde van de 13de eeuw was het blok tot een zelfstandige meierij (gebied met meerdere dorpen onder het gezag van een meier of schout, afgevaardigde van de hertog) uitgegroeid. Toen ook werden de verhoudingen geregeld tussen de heer en zijn „dorpsmannen" in de dorpskeure van de meierij van Wambeek, die Jan I „bider gratien gods hertoge van lotrik e van brabant ende van lymborch" bekrachtigde. Deze dorpskeure werd in 1417 herzien ingevolge het brouwen van bier met hop.
In 1662 wordt Kruikenburg, de heerlijkheid van de Fourneau een graafschap.
(Bronnen : H.J. Herpelinck, De heren van Kruikenburg, De Memoires van een dorp en De drie gemeenten )
Ida en Gertrudis schonken Gooik, Lennik en Wambeek aan de abdij. In 877 wordt het blok Wambeek vermeld als een goed toebehorend aan het Convent of de kloostergemeenschap van Nijvel. Het maakte toen een blok uit van 2191 bunder (1 bunder is 1 ha. 34 a. 37 ca).
Reeds in 1112 wordt er binnen het oude Wambeek een tweede bewoningskern vermeld, die de naam „Nath" droeg. Vanuit de parochiale kerk van Wambeek worden er ook in Nath erediensten verzekerd: "altare de Wambeccha cum appenditio Nath" staat in een akte van bisschop Odo van Kamerijk. Het duurt tot in 1243 vooraleer in het dorp Nath een zelfstandige parochie komt onder de hoede van O.-L.-Vrouw (pas in 1500 wordt Sint-Gertrudis de patroonheilige). Een eerste gebedsplaats zou ergens tussen Wambeek en Ternat, in de zogenaamde Zwaluwput, zijn geweest. De kerk op de huidige plaats werd pas rond 1334 opgericht, dicht bij het kasteel Kruikenburg dat er toen al was. Na een brand in 1692 wordt de kerk heropgebouwd en in 1713 ziet de "kercke van Ter Nath" er zo uit volgens de prent in het Kaartboek van het Sint-Janshospitaal hieronder.
Gertrudis wordt op de half-reliëf gewelfsleutel en het houten beeld uit de 16de eeuw in de kerk, toegeschreven aan de Mechelse kunstenaar Th. Hazard, hieronder afgebeeld met haar abdisstaf, die haar geestelijke en haar wereldlijke macht symboliseert en een gewijd boek symbool van haar dienstbaarheid aan God. De ratten symboliseren ongeloof en ketterij. (H. Herpelinck, De memoires van een dorp)
De pittoreske dreef, die het waterslot van Kruikenburg met de Sint-Gertrudiskerk van Ternat verbindt, werd in 1943 geklasseerd als beschermd landschap.
Bij het begin van de 13de eeuw drongen de Heren van Wezemaal het oude domein Wambeek binnen, hierin gesteund door de hertog van Brabant, die de toenemende macht van de abdij van Nijvel met lede ogen aanzag. Zij zullen er later de Kruikenburcht bouwen.
Op het einde van de 13de eeuw was het blok tot een zelfstandige meierij (gebied met meerdere dorpen onder het gezag van een meier of schout, afgevaardigde van de hertog) uitgegroeid. Toen ook werden de verhoudingen geregeld tussen de heer en zijn „dorpsmannen" in de dorpskeure van de meierij van Wambeek, die Jan I „bider gratien gods hertoge van lotrik e van brabant ende van lymborch" bekrachtigde. Deze dorpskeure werd in 1417 herzien ingevolge het brouwen van bier met hop.
In 1662 wordt Kruikenburg, de heerlijkheid van de Fourneau een graafschap.
Eeen derde nederzetting groeide aan de Lombeek. Zoals de meeste parochies die bij het einde van 12de-, begin l3de eeuw ontstonden, werd de H. Katharina als patrones aangenomen, zodat de benaming St.-Katharina Lombeek ontstond.
http://ternat.s-p-a.be/nieuws/parochie-of-dorp-ternat-900-jaar/
TERNAT IN DE 18 de EEUW
In 1769 stelde Joseph-Johann-Franz (Graaf) de Ferraris (1726-1814), artilleriegeneraal in onze provincies, aan Karel van Lotharingen voor om een heel gedetailleerde kaart te tekenen van alle Oostenrijkse Nederlanden en zo de leemtes van de bestaande topografische kaarten aan te vullen. Van deze kaart, die voorbehouden was voor de keizerin en haar ministers, werden drie exemplaren gemaakt; de kaart werd Kabinetskaart genoemd. Ze telt 275 folio’s van ca. 91 cm op 141 cm en waarvan de meeste in vier zijn gevouwen. Op sommige plaatsen is een vijfde folio of een strookje toegevoegd. Het belang van het geheel wordt nog vergroot door het feit dat er bij elke kaart inlichtingen en historische, geografische, economische, sociale en militaire toelichtingen horen.
Je ziet er de wegen, bebouwing, bossen en vijvers op.